Ontwerpvragen opstellen


Ontwerpend leren start vaak bij een probleem/behoefte waar iets mee gedaan moet worden. Om de kern van het probleem/behoefte weer te geven, wordt vaak gebruik gemaakt van ontwerpvragen. Goede ontwerpvragen zorgen ervoor dat leerlingen aan oplossingen gaan denken en zij ideeën krijgen. Dit komt van pas in stap 2: ‘Ideeën verzinnen en selecteren’ van de ontwerpcyclus.

Een ontwerpvraag heeft wel vaak een aantal kenmerken. Zo begint een ontwerpvraag vaak met ‘Hoe kun je…’ of ‘Hoe kunnen wij…’ en zijn ontwerpvragen concreet en open geformuleerd. Hierbij is het wel belangrijk geen bepaalde denkrichting aan te geven, zodat het ideeën verzinnen niet een bepaalde kant op wordt gestuurd. Daarnaast zijn ze ook vaak positief en kort geformuleerd en moeten ze relevant zijn voor het ontwerpprobleem en de behoefte die er is.

Wil jij meer weten over ontwerpvragen en hoe je ze kan opstellen?
Bekijk dan de verdiepingskaart ‘ontwerpvragen’ van Ontwerpend leren in de klas.
(Bron: https://ontwerpenindeklas.nl/didactiek/)

Voor de klas – Met Sas!

Praktische tips voor ontwerpend leren in de klas!

Saskia, onze onderwijskundige maakt een serie video’s waarin ze vertelt over de cyclus van ontwerpend leren! Wat is dat precies en wat kan je ermee in de klas? Benieuwd? Kijk ze allemaal!

De video’s zullen we ook posten op Facebook en LinkedIn, dus zorg dat je ons volgt; dan mis je er geen een!

Natuurlijk kan je haar ook mailen als je vragen hebt: vragen@maakotheek.nl

Vragen stellen helpt leren

In één van onze eerdere blogs hebben wij jullie meegenomen in hoe wij leerdoelen opstellen voor onze lessen (het stappenplan) en hebben wij enkele voorbeelden gegeven. Hierin is ook de taxonomie van Bloom (1956) opgenomen, omdat de verschillende leerdoelen gericht kunnen zijn op verschillende cognitieve niveaus, zoals op het niveau van kennis, inzicht, toepassen, analyseren, evalueren en creëren. Deze verschillende niveaus geven de complexiteit van het kennisniveau aan waarop beroep wordt gedaan tijdens het werken aan een leerdoel.

Maar wist jij dat je de vragen die jij leerlingen stelt in de les ook kan indelen op deze verschillende niveaus?2

Als jij je hier als leerkracht van bewust bent, kan jij variëren in wat voor vragen gesteld worden aan de leerlingen en op welk cognitief niveau beroep wordt gedaan. Wellicht zijn sommige leerlingen in bepaalde situaties nog niet toe aan een hoger cognitief niveau of hebben zij juist deze uitdaging nodig. In het onderstaande schema leggen we kort uit wat voor soort vragen passen bij elk niveau en geven we tevens enkele voorbeeldvragen die je bij de lessen van de Maakboxen kan stellen.

Niveau Soort vragen Voorbeeld voor gebruik in les
Kennis Vragen die beroep doen op feitelijke kennis. Het gaat vaak over herkennen, opsommen, benoemen, wat, wanneer, waar…. – Wat is een Micro:bit?

– Uit welke onderdelen bestaat een stop-motion film?

– Wanneer heeft Alexander Calder zijn eerste mobile (technisch kunstwerk) gemaakt?

 

Inzicht Bij inzichtvragen maak je gebruik van de kennis die je hebt en beschrijf je het antwoord vervolgens in eigen woorden. Hierbij speelt herformuleren, parafraseren, beschrijven, illustreren, omschrijven, uitleggen en samenvatten bijvoorbeeld een belangrijke rol. – Hoe kan je duurzame energie opwekken?

– Beschrijf in eigen woorden wat duurzame energie is.

– Kan jij uitleggen hoe een stroomkring werkt?

– Hoe zat de tekenmachine van Jean Tinguely in elkaar?

 

Toepassen Bij toepassingsvragen draait het om het toepassen van eerdere kennis en inzichten in een nieuwe situatie. Hierbij speelt oplossen, kiezen, vertalen, toepassen, uitwerken van een voorbeeld, veranderen, relateren en demonstreren een rol. – Hoe kunnen wij onze eigen duurzame straat vormgeven?
– Hoe zouden wij het probleem van de plastic soep in de oceaan kunnen oplossen?- Wat voor soort vliegtuigvleugel kan je maken als je wil dat het vliegtuig ver vliegt?- Leg met een voorbeeld uit hoe een stroomkring werkt.
Analyseren Bij analyseren gaat het erom om een groot geheel in stukken te bekijken. Het gaat dan om het vergelijken, analyseren, uitwijzen, onderscheid maken, onderzoeken, ordenen en selecteren.

 

– Welke risico’s nemen fossiele brandstoffen met zich mee?

– Hoe groeien zonnebloemen?

– Welke vleugel met vleugel vliegt verder en waarom?

Evalueren Bij evaluatievragen gaat het over het geven van een beargumenteerd oordeel/beoordeling. Het gaat over het inschatten van de waarde van iets, kiezen van de beste oplossingen, aanbevelen, instemmen of tegenstemmen, verdedigen of beargumenteren.

 

 

– Welke mogelijke alternatieve hebben jullie bedacht voor een duurzame stad?

– Wat vind jij van het eindresultaat?

– Welke oplossing past het beste bij de vraag?

– Welke veranderingen in het ontwerp raad jij aan?

Creëren Bij creëren gaat het over het inzetten/samenvoegen van kennis en inzichten tot een nieuw geheel. Hierbij speelt creativiteit een rol en zijn er veel mogelijke antwoorden. Zo gaat het over het bouwen, ontwerpen, maken, construeren, inbeelden en uitvinden van nieuwe dingen. – Maak een stad zo duurzaam mogelijk.

– Kun je een eigen stop-motion film ontwikkelen.

– Kan je een microscoop ontwerpen, waarmee je onderzoek kan doen?

– Kan je een controller maken voor een bestaand muziekspel?

Noot. Aangepast van “Onderwijskunde als onderwijswetenschap”, door Valcke, M., 2007, p. 145, Gent: Academia Press.

Hopelijk helpt dit schema jou als leerkracht om te variëren in de vragen die je stelt aan leerlingen gedurende het proces van onderzoeken en ontwerpen. Lukt dit niet of heb je vragen, dan horen wij graag van jullie. Dit kan door een e-mail te sturen naar info@maakotheek.nl. Saskia, onze onderwijskundige, helpt je graag!

 

 

  1. SLO (z.j.). Taxonomie van Bloom. Ontleend aan https://talentstimuleren.nl/thema/

stimulerend-signaleren/rijke-leeractiviteiten/taxonomie-van-bloom

  1. Valcke, M. (2007). Onderwijskunde als ontwerpwetenschap. Gent: Academia Press.

 

 

 

Leerkrachtontwikkeling

Net als leerlingen hebben leerkrachten ook een Zone van Naaste Ontwikkeling (Vygotski). Zij worden pas gemotiveerd om met techniek in het onderwijs te werken als het vertrouwd / dichtbij genoeg voelt.

Wij hebben ervaren dat leerkrachten zich via 6 fasen ontwikkelen in het lesgeven met de lessen van de Maakbox.

Welke fasen dit zijn vertelt Suzanne je in deze video (3 minuten).

Leren met een doel in de praktijk

Hoe doen wij dit bij Maakotheek?

In een vorige blog hebben wij het stappenplan voor het opstellen van leerdoelen met jullie gedeeld. Na aanleiding van deze blog kregen wij meerdere keren de vraag hoe dit er in de praktijk bij ons uitziet. Hier willen wij jullie natuurlijk graag van op de hoogte brengen. Dit zullen wij doen aan de hand van een voorbeeld bij een van onze lessenseries, namelijk ‘Duurzame energie’.

In de lessenserie ‘Duurzame energie’ draait het allemaal om energie. Vragen als waar stroom vandaan komt, hoe stroom ons huis in stroomt, hoe stroom wordt opgewekt, opgeslagen en afgegeven en wat duurzame energie precies is komen in deze lessenserie aan bod. Hiervoor maken wij in deze lessen gebruik van de de Qmod, een klein apparaat dat werkt als een oplaadbare batterij en opgewekte stroom kan opslaan en afgeven. Nadat de leerlingen deze lessenserie in de klas hebben doorlopen willen wij onder andere dat leerlingen begrijpen wat duurzame energie is.

De algemeen omschreven leerdoelen voor deze les hebben wij met behulp van het stappenplan omgezet in specifieke leerdoelen voor elke les. Een voorbeeld leerdoel is hieronder weergegeven en per stap zal worden besproken hoe wij tot dit leerdoel zijn gekomen.

Leerdoel:

‘Aan het einde van de les kunnen de leerlingen aan de hand van een voorbeeld uitleggen wat duurzame energie is.’

 

Stap 1: Het publiek

De eerste stap is het publiek kiezen, dus omschrijven wie daadwerkelijk iets gaat leren. In onze lessen zijn dit natuurlijk  ‘de leerlingen’ zelf.

Stap 2: Het gedrag

De tweede stap is het beschrijven van gedrag dat vertoond moet worden door de leerlingen. Hiervoor hebben wij gekeken naar de lijst met actiewerkwoord die bij het niveau van begrijpen horen. Uit deze lijst hebben wij gekozen voor het woord uitleggen, want wij willen dat de leerlingen na deze lessenserie zelf kunnen uitleggen wat duurzame energie is.

Stap 3: De condities

Vervolgens is het nodig om te omschrijven wat de omstandigheden zijn waaronder bepaald gedrag vertoond moeten worden. In de huidige situatie willen wij dat de leerlingen aan de hand van een voorbeeld duurzame energie kunnen uitleggen.

Stap 4: De criteria

De laatste stap is het bepalen van wanneer een leerdoel behaald is. In sommige situaties kan het doel zijn dat iets na één les behaald is, maar er kan ook voor gekozen worden om over een leerdoel meerdere lessen te doen. In de huidige situatie is gekozen voor aan het einde van de les.

 

Nu alle stappen doorlopen zijn, kan het leerdoel geformuleerd worden. De onderstreepte woorden, gekozen in de verschillende stappen, zullen hiervoor gebruikt worden. Dit leidt tot het volgende leerdoel:

‘Aan het einde van de les kunnen de leerlingen aan de hand van een voorbeeld uitleggen wat duurzame energie is.’

Wil je ook leerdoelen opstellen volgens dit stappenplan? Download dan het stappenplan van onze site. Blijkt het toch lastig om leerdoelen op deze manier op te stellen? Laat het ons weten, want wij helpen graag!

 

 

Leren met een doel!

Voor een leerkracht is het goed om te weten wat er geleerd gaat worden in een les. Dit wordt vaak omschreven in de leerdoelen van een les. Leerdoelen beschrijven dan het gewenste gedrag dat leerlingen moeten kunnen vertonen, nadat zij aan een leersituatie hebben deelgenomen en kunnen worden gebruikt voor het plannen en evalueren van educatieve successen (Fergunson, 1998). Wij bij Maakotheek maken gebruik van het vier-componenten model van Knirk en Gustafson (1986) als leidraad voor het opstellen van onze leerdoelen voor de lessen.

Aan de hand van dit model hebben wij namelijk een stappenplan ontwikkeld, wat wij gebruiken voor het ontwikkelen van leerdoelen. Wellicht kunnen jullie dit stappenplan ook goed gebruiken als jullie de lessen zelf gaan aanpassen, verbreden of verdiepen. Daarom willen wij dit stappenplan graag met jullie delen. Klik op de afbeeldingen om een grote versie te zien, of klik hier om het stappenplan als PDF te downloaden.

 

Team Maakotheek

 

Literatuur die gebruikt is voor dit stappenplan:

  • Bloom, B. S., Engelhart, M. D., Furst, E. J., Hill, W. H., & Krathwohl, D. R. (1956). Taxonomy of Educational Objectives: The Cognitive Domain. New York: David McKay Co Inc.
  • Ferguson, L.M. (1998). Writing learning objectives. Journal of advanced nursing, 62(1), 107-115.
  • Knirk, F. G., & Gustafson, K. L. (1986). Instructional technology: A systematic approach to education. New York, United States of America: Holt, Rinehart & Winston.

‘Tech is te gek’ tips voor in de klas!

Wij zijn groot fan van de #AHtechie-actie, jullie ook? Gebruik je de techniek-Doe-kaartjes van AH ook in de klas? En zou je deze willen verdiepen of verbinden met taal en/of rekenen? Houd onze FB-pagina dan in de gaten, want we posten de komende tijd een aantal handige tips!

 

001

Bij Doe-kaartje 001 maak je een “robothand”. Dit kan je mooi gebruiken voor een vraag over het verband tussen VORM en FUNCTIE (trouwens, dat is een kerndoel!). Hoe je dat doet? Kijk even naar het filmpje!

 

003

De opdracht bij Doe-kaartje 003 is het maken van een kettingreactie. Super leuk natuurlijk! En wist je dat je daar heel goed rekenopdrachten aan kan verbinden?! Bekijk hier het filmpje!

 

021

Soms is het fijn om een gesprek over een onderwerp te starten vanuit een associatie of een gebeurtenis. Zeker als je het wilt hebben over culturele of sociale verschillen. Doe-kaartje 021 gaat over aantrekkingskracht… voel je het bruggetje al? Hier is het filmpje! 

 

013

Bij Doe-kaartje 013 ga je aan de slag met een speedboot en de principes van oppervlaktespanning. Probeer eens meerdere vormen te maken van een boot en plak daar een rekentest aan vast: hoe snel vaart jouw bootje van A naar B? Bekijk hier de tip!

 

112

Hoe bouw je een stevige brug? Bij Doe-kaartje 112 ga je experimenteren met verschillende constructies voor een brug van papier. Hoe maak je van een dun A4tje een brug die niet doorbuigt? Onze tip is om géén plakband te gebruiken: er zijn ook andere methoden om onderdelen vast te zetten! Welke dat zijn, zie je hier!

 

022

Doe-kaartje 022 gaat over het maken van een accesoire met een LED-lampje erin. Bij deze opdracht kan je goed oefenen met ontwerpvaardigheden en planmatig werken: laat de leerlingen een maakplan maken. Wat daar allemaal in zit, bekijk je hier!

 

062

Ontdek de superslurper van Doe-kaartje 062 en plak daar een rekenles aan vast over inhoudsmaten (denk aan ‘wereld in getallen’). We hebben alvast een voorbeeld voor je!

De klas van juf Christine

Hoe gaat het op andere scholen eraan toe met Wetenschap & Techniek? Wij gingen langs bij juf Christine, die lesgeeft aan groep 4 van OBS Pierre Bayle in Rotterdam, om te vragen naar haar ervaring met de Maakbox Optische illusies & spiegels.

 

 

Juf Christine heeft zich goed voorbereid op de techniekles. Ze weet precies wat ze deze les gaat doen en hoeveel tijd ze per onderdeel kwijt is. Haar doel is om iedere leerling zijn of haar eigen periscoop te laten maken, die ook daadwerkelijk af is en goed functioneert.

Op een tafel in het midden van de klas is de inhoud van de Maakbox uitgepakt. De verschillende onderdelen en materialen zitten nog wel in hun doosjes, zodat de nieuwsgierigheid van de leerlingen geprikkeld blijft. De leerlingen weten dat als ze snel stil zijn, ze ook snel kunnen beginnen aan de les.

Bij deze techniekles mogen de leerlingen vrij bewegen door het klaslokaal. Met een spiegel en een zaklamp gaan ze in tweetallen onderzoek doen naar licht en reflectie. De gordijnen zijn dicht en de klas is donker genoeg om te kunnen zien waar de lichtstraal heengaat als je deze op een spiegel richt.

Het experimenteren met lichtstralen is de eerste stap in het proces van het maken van de periscoop. “Na iedere stap vraag ik klassikaal naar de ontdekkingen van de leerlingen. Ze vullen elkaar aan en ze verrassen elkaar. Op die manier begrijpen ze dat je licht en ook beeld kunt sturen met een spiegel” vertelt juf Christine ons.

Hoe maak je een periscoop? Na de instructie worden sjablonen, spiegeltjes, plakbandrollen en scharen uitgedeeld. “Juf, wat moet ik doen?” is een veelgehoorde uitspraak. Groep 4 heeft nog best veel hulp nodig bij de constructie van de periscoop. Toevallig hebben wij de periscoop al eerder gemaakt en kunnen wij de leerlingen een handje helpen. Een kwartier voor het einde van de les had vrijwel iedere leerling een werkende periscoop en zijn ze deze naar hartelust gaan uitproberen in de klas en de hal. “Dat mag van de juf!”

 

 

Wil jij ook experimenteren met spiegels in de klas? Deze les is onderdeel van de Maakbox Optische illusies & spiegels en is verkrijgbaar in schooljaar 2018/2019.

In 5 stappen naar W&T gestructureerd op school

Worstel jij ook met de vraag hoe je het beste Wetenschap & Techniek kunt implementeren op school?

Het kan ook makkelijk zijn!

Download het stappenplan en ontdek in 5 stappen wat je kunt doen om W&T eenvoudig een vaste plek te geven binnen jouw school. Klik op de afbeelding hieronder, vul je gegevens in en ontvang het stappenplan in de mail.

Valkuilen in het onderwijs

Als je bezig bent met het invoeren van Wetenschap & Techniek op jouw school kom je vast wel eens knelpunten tegen.

Wij hebben de 6 grootste valkuilen alvast voor je op een rijtje gezet, zodat jij er niet gaat trappen!

 

De klas van juf Patty en juf Rajni

CBS Het Middelpunt in Hoogvliet is één van de scholen die gebruik maakt van onze Maakboxen. Deze periode werken zij met het thema ‘Maak je eigen controller’.

Wij gingen langs om een kijkje te nemen bij de lessen in groep 5 en 6.

Juf Rajni begint de les met voorkennis ophalen. Wat weten de leerlingen al van een stroomkring? De vorige les hebben de leerlingen een woordweb gemaakt van alle woorden die te maken hebben met stroom. Woorden als geleider, isolator, energie, batterij, schakelaar, gesloten stroomkring: ze staan er allemaal op. Het blijkt een handig geheugensteuntje te zijn als de leerlingen het even niet meer weten.

 

De leerlingen staan te popelen om te beginnen! In deze les gaan ze namelijk zelf een muziekinstrument maken die ze met de Makey Makey kunnen ‘bespelen’. Al gauw ligt iedere tafel vol met aluminiumfolie en ijzerdraad, en even later zijn er al een aantal instrumenten klaar om getest te worden.

 

Ook bij juf Patty gaan de leerlingen graag aan de slag met techniek. In haar klas worden de zelf gemaakte instrumenten getest met het computerprogramma Sctratch. Daarmee zien, of in dit geval horen, de leerlingen direct of ze een goede gesloten stroomkring hebben gemaakt met de Makey Makey en hun instrument.

Juf Patty geeft toe dat deze nieuwe manier van lesgeven wel even wennen was voor haar. Bij onderzoekend en ontwerpend leren gaat het erom dat je de leerprocessen van de leerlingen begeleidt, je laat hen vooral zelf dingen uitzoeken en uitproberen.